Duvel uit een doosje

AgroActualiteiten nieuwsbrief nr. 1 2026

Als adviseur van d&u advies kom ik op veel erven. Ik zit aan keukentafels waar de koffie sterk is — te sterk voor mij — en de verhalen eerlijk.

Er worden keuzes gemaakt die logisch lijken op dat moment. En dat zeg ik er altijd bij: logisch.

Neem het einde van het melkquotum. Jaren van tevoren was duidelijk: op 1 april 2015 houdt het op. Boeren rekenden. Banken rekenden mee.
Stallen werden gefinancierd, uitgebreid, soms helemaal nieuw gebouwd. Niet uit hebzucht, maar omdat het eindelijk mocht. Omdat er ruimte leek te komen. Alles klopte. Op papier. In beleid. In gesprekken.

En toen, als een duiveltje uit de doos, kwam 2 juli 2015. De peildatum voor fosfaatrechten. Achteraf bepalend voor alles wat daarvoor al was vastgelegd, gebouwd en gefinancierd. Ik heb boeren aan tafel gehad die zeiden: “Als ik dit had geweten, had ik het nooit zo gedaan.”
Niet omdat ze verkeerd gerekend hadden, maar omdat het spel tijdens de wedstrijd veranderde. Die ervaring neem ik altijd mee als we het nu over het GLB hebben.

Ik snap waarom boeren meedoen. Ik snap waarom er gestuurd wordt op punten, regelingen en voorwaarden. Met als doel om goud te halen —

iets wat de komende weken bij de Olympische Spelen weer volop wordt benadrukt. Maar ik stel ook die ene vraag: richt je je bedrijf nu in op je land, of op een regeling die kan veranderen? Wat het melkquotum en de fosfaatrechten hebben laten zien, is niet dat boeren fout zaten. Het laat zien hoe riskant het is om grote, onomkeerbare keuzes te baseren op beleid dat tijdelijk blijkt.

Regelingen komen en gaan. Data verschuiven. Peildata verschijnen achteraf. De grond blijft. De stal blijft. De financiering ook.

Mijn rol als adviseur is daarom niet alleen: past dit binnen de regels van vandaag? Maar vooral: kan dit tegen een beleidswijziging morgen?

Want boeren kunnen veel hebben. Maar niet nóg een duiveltje uit de doos. En toch… we weten allemaal: hij gaat er weer komen.

Herman