Een aantal weken geleden zat ik bij de lancering van het plan van aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel van de provincie Fryslân. Op dit soort bijeenkomsten popt er wel eens spontaan een gedachte bij me op. Deze keer was het er opeens ook. Met een grote glimlach van een binnenpretje, ik moest denken aan de kinderserie Buurman en Buurman, A je to! Deze zelfde gedachte was er ook waarschijnlijk gekomen bij de presentatie van de Provincie Groningen, Drenthe of Utrecht. Buurman en Buurman staat bekend om twee goedbedoelende klussers die vol enthousiasme problemen proberen op te lossen, maar door gebrek aan overzicht en planning vaak juist méér problemen veroorzaken. Hun oplossingen zijn creatief en vol inzet, maar zelden doordacht. Uiteindelijk ontstaat er meestal een nog ingewikkelder situatie dan waar ze mee begonnen. Precies die metafoor kwam in mij op horende hoe men bij de provincie denkt het huidige stikstofvraagstuk in Nederland denkt te gaan vlot te trekken.
Net als bij Buurman en Buurman begon het stikstofprobleem niet ineens. Het is het resultaat van jarenlange opbouw: intensievere landbouw, infrastructuur, industrie en bouw hebben samen geleid tot een hoge uitstoot van stikstofverbindingen. Lange tijd werd het probleem vooruitgeschoven of opgelost met tijdelijke constructies, zoals rekenmodellen en vergunningensystemen die ruimte moesten creëren voor nieuwe activiteiten. Dat werkte een tijd — net zoals een geïmproviseerde oplossing van de buurmannen soms even lijkt te werken. Maar in Buurman en Buurman volgt daarna vaak het moment waarop blijkt dat de eerdere “oplossing” nieuwe problemen heeft veroorzaakt: een muur stort in, een dak lekt, of een apparaat ontploft. In het stikstofdossier gebeurde iets vergelijkbaars toen juridische uitspraken duidelijk maakten dat eerdere beleidsconstructies onvoldoende bescherming boden voor natuurgebieden. Plotseling bleek dat vergunningen, bouwprojecten en uitbreidingen niet langer vanzelfsprekend door konden gaan. Hierbij zijn bijvoorbeeld de PAS-melders binnen de landbouw sterk de dupe van geworden, zonder dat ze zelf part nog deel schuldig zijn aan hun huidige situatie.
Een ander herkenbaar element is de opeenvolging van snelle reparaties. In de serie proberen de buurmannen steeds een nieuwe truc: nog een plankje, een extra touw, een andere machine. In het stikstofbeleid zien we soms ook een reeks van noodmaatregelen, tijdelijke regelingen en nieuwe plannen die elkaar snel opvolgen. Elke maatregel probeert een deel van het probleem op te lossen, maar het grotere systeem blijft complex en moeilijk bestuurbaar.
Toch zit er ook een belangrijk verschil in de vergelijking. In Buurman en Buurman is het falen onderdeel van de humor: aan het einde lachen ze er samen om. Het stikstofprobleem daarentegen heeft serieuze gevolgen voor de landbouw en de individuele landbouwers, de natuur, woningbouw en economie.
Waar de buurmannen na een mislukte klus gewoon opnieuw beginnen, vraagt dit vraagstuk om langdurige keuzes, samenwerking en zorgvuldig beleid. De vergelijking met Buurman en Buurman werkt daarom vooral als satirische spiegel: hij laat zien hoe goedbedoelde oplossingen (het is een goed plan volgens de gedeputeerden) zonder lange termijnvisie (geen idee of het gaat werken en of de vergunningstop weer wordt vlot getrokken) kunnen uitmonden in steeds ingewikkeldere situaties. Tegelijk herinnert hij eraan dat echte problemen niet met improvisatie alleen kunnen worden opgelost — soms is een fundamenteel nieuw plan nodig voordat je opnieuw gaat bouwen.
Laten we hopen dat ik op dit punt ongelijk krijg en de gedeputeerden van de provincie kunnen zeggen tegen mij. A je to!
Herman
